Wibo Kosters


Wachter

eenzame wachter langs het veld
onooglijk kleinood van de vervlogen tijd
wat je duidde heeft zichzelf
ontelbaar vaak vernieuwd
draagt alleen dezelfde naam
laat je staan met het besef
dat alles vergaat
jij het verhaal zelf
tijdelijk als een grens
gemaakt om te verdwijnen

 

wachter - foto Pieter Leeflang


Wibo: “Sommige grenspaaltjes staan er nog prominent, andere wat verscholen in de berm. Het doet me er altijd aan denken dat jaren geleden iemand ook zijn of haar Deventer betrad, en dat het toen een heel andere stad was.”


tussen de oorlogen

vandaag over een pad gelopen
gemaakt uit puin van een voorbije oorlog
een man vertelt wat er gebeurd is
telt de feiten op
tot hoe het zo ver is gekomen

dit interbellum lijkt het weer
alsof er nooit oorlog is geweest
we dreunen de jaartallen op
denken ons veilig in onze rituelen
weer keurig twee minuten stil gestaan

het puin wijst niet op het verleden
maar op een zelfgenoegzame toekomst
waarin we alles wel weten of menen
dat gebeurt nooit meer

wij moeten wakker blijven
de oorlog zachtjes sussen
hij slaapt een vederlichte slaap
op een wankel bed van beschaving

 


Wibo: “Ik moest toen ik dit gedicht schreef voor de Dodenherdenking aan meerdere dingen denken. Een excursie die ik vorig jaar maakte, waar we liepen over paden die geplaveid waren met puin van het bombardement van Rotterdam. En daaraan gekoppeld dat de mensen in het vorige interbellum vast ook dachten dat er nooit meer oorlog zou komen. Misschien hebben we dat niet volledig in onze hand, maar we kunnen wel kritisch zijn op elke ideologie die zich aandient.”


ik ken je niet

ik ken je niet
jij stond niet in de schijnwerpers
maar richtte ze op anderen

ik heb je niet gehoord
jouw verhaal liet je achterwege
om naar een ander te kunnen luisteren

ik heb je nergens gelezen
de uren die je besteedde
werden niet opgetekend

maar ik weet precies
jouw hand op een schouder
de momenten die je er was

ik zal niks zeggen
je de ruimte laten
weet dat je daden zijn gezien

 


Wibo: “wat ik zo bijzonder vind aan de mensen die onderscheiden worden in de lintjesregen is dat ze zich jarenlang op allerlei manieren belangeloos inzetten voor een ander. Een koninklijke onderscheiding toekennen is een hele mooie manier om te zeggen dat dat gezien en op waarde geschat wordt.”


het vlaggenschip van de nostalgie

het rommelt in de straten
fluit en hamert ratelt trilt
klieft als een boeg de menigte
zoekt een landingsplek valt stil

dienaren rammelen het ritme
houden de collectebus paraat
het is een mis voor de nostalgie
die gevierd wordt op de straat

kinderen deinen op de muziek
van een ellenlange evergreen
knuistjes vol met kleingeld klaar
voor de orgelman van dienst

dan licht het anker en tuft door
flarden muziek in zijn kielzog blijven
als het al lang verdwenen is
tussen de gevels de mensen drijven

draaiorgel in het centrum van Deventer - Pieter Leeflang


Wibo: “Ik sta nogal dubbel tegenover het draaiorgel. Ik heb zelf een hekel aan lawaai en kan het van daaruit best missen, maar het is ook een stuk nostalgie dat bij de stad hoort. Het is wat het is, en het is er, zullen we maar zeggen.”

Deventer fotograaf Pieter Leeflang en ik brengen voor de Deventer Post samen in woord en beeld wat ons zoal opvalt in het straatbeeld.


wilt u een ballon

mijn stembiljet al net zoveel
splinterpartijen als de maatschappij
vaste kieskeuze veranderd
in twee lokale partijen

ik lees oneliners lees lange verklaringen
van wie zegt dat oneliners alles platslaan
tot een eendimensionale realiteit
verlang naar oneliners die dat doen

partijen profileren zich individuele politici
gaan met camera’s de wijk in
ik krijg wel een ballon maar niemand komt helpen
het onkruid in de straat te verwijderen

eigenlijk heb ik een eigen raadslid nodig
dat trouw al mijn onlogische opinies steunt
zich kadavergedisciplineerd aan mijn
democratische opvattingen zet

maar zoveel raadszetels zijn er niet
dat noemen we democratie en je kiest
het beste compromis niemand krijgt
honderd procent zijn zin

maar wel het recht er wat van te vinden

 

Wibo: “ik maak altijd van mijn stemrecht gebruik, maar vind het wel steeds moeilijker met het krimpen van traditionele partijen en de opkomst van meer lokale partijen. Ik heb ook nog nooit zoveel tijd besteed aan het me inlezen. Maar ik ben er uit, en ik hoop dat er voor iedereen een aanvaardbare vertegenwoordiger is. Veel succes!”


armen open

aalscholvers drogen hun veren
op de lantaarnpalen bij het park
lijken met open armen de hemel te ontvangen
deze winter liep er een verdwaasd over straat
probeerde met kapotte vleugels
in de lucht te raken

gebogen en zwalkend uit zijn element
leek hij op een onfortuinlijke dronkaard
in een overgrote jas die balanceert
schreeuwt en uitreikt naar verkeer
dat om hem heen slechts zijn weg vervolgen wil
ik weet niet of het goed kwam passeerde

zoals ik ook om de dronkaards
en de schreeuwers heen loop
nu ik de aalscholvers zie onder de zon
hoop ik dat hij er ook bij zit
heel gemaakt en uitgestrekt
naar iedereen om wie heen gelopen wordt

 

Ik schreef dit gedicht bij de opening van de boekenweek 2018, rondom het thema ‘natuur’.


iemand stapt uit

iemand kiest ervoor uit te stappen
zegt dat niets genoeg tegenwicht
biedt voor de pijn

geen mensen geen god
– de laatste wordt niet eens genoemd –
slechts er niet meer zijn

hoe moeilijk dat te bevatten is voor wie dat niet ervaart
hoe ver je van elkaar verwijderd bent

dat iemand niet alleen is
maar dat het antwoord
op de verkeerde vraag

Ik mag sinds kort voor radioprogramma EL Mundo (elke zondagavond te horen om 21.00u op DrTV) een keer in de 4 a 5 weken een gedicht schrijven bij een nummer. Dit keer was dat ‘you are not alone‘ van Mavis Staples. Ik kreeg het nummer doorgestuurd op de dag dat Aurelia Brouwers via euthanasie overleden is. De 29-jarige Deventerse ervoer een groot psychisch lijden en heeft gevochten om op een waardige manier het leven te mogen verlaten. Ik ben blij voor haar dat ze dat omringd door geliefden heeft kunnen doen.


lezerssociëteit Praamstra

we worden een besloten groep
een select gezelschap dat
in hoekjes van banken kruipt
om zich te verliezen in
zoveel tijd als er nodig is
om nog even dit hoofdstuk uit te lezen

je doet de deur open
heet ons welkom
gastheer op ons volgend avontuur
we lezen met scheve hoofden namen
haken aan een titel in een gangpad
je fluistert hier en daar advies

en leidt ons stil naar onze
stoelen sofa’s vensterbanken
schenkt onze glazen vol
de woorden mogen weer
meerlettergrepig de boeken vuistdik
je tekent tevreden de leesuren op

“Op 26 januari vierde boekhandel Praamstra zijn 125-jarig bestaan. Voor dit heuglijke feit schreef ik een gedicht voor Chrisjan en zijn vrouw Paula, die de winkel sinds 1974 leiden. Ik had het naar aanleiding van een krantenbericht nog met Chrisjan over ontlezing en of er nog een toekomst was voor boekhandels. Zelf denk ik dat er altijd gelezen zal worden, al wordt het misschien minder. Over nog eens 125 jaar zou Praamstra misschien een besloten sociëteit kunnen zijn voor de ware liefhebbers van het woord.”


boulevard van kleine tot middelgrote dromen

misschien dat je op dit kantelpunt
tussen water en land
meer mogelijkheden ziet

de alledaagsheid van verkeer en flats
gespiegeld in de stroom
door groen en lucht

hier lopen mensen verloren in
dagdromen maken
plannen schetsen op de einder

verkopen visioen en durven
innerlijke grenzen
langzaam op te schuiven

alleen de grote dromen
de verwarrende die
je niet zomaar van je afschudt

blijven bewaard voor de slaap
loop door wandelaar
proef de lucht van verandering


Wibo: “Ik houd van wandelen langs de IJssel. Het is een perfecte plek om te dagdromen, nieuwe ideeën op te doen of plannen te smeden. Op de een of andere manier is het ook altijd wel druk, wat voor weer het ook is. Een ommetje langs de IJssel hoort er gewoon bij.”

Deventer fotograaf Pieter Leeflang en ik brengen voor de Deventer Post samen in woord en beeld wat ons zoal opvalt in het straatbeeld.


Astronaut

ik ben een ruimtestation
waarin een astronaut
door het luchtledige drijft
de lucht is ijl
en ergens op de intercom
zingt een meertalig engelenkoor
oh antwoord dan
kom antwoord toch
de astronaut drijft onverstoorbaar door
langzaam maken we banen
om de aarde
mijn astronaut en ik
ik stoot alle modules af en wacht
op wat hij wil
het blijft stil als de ruimte
de grote leegte om ons heen

ik wilde
zegt de astronaut uit het niets
dat ik wat verlangde
zoals ik weet dat ik ooit verlangde
zijn woorden drijven in mij rond
ik tik instemmend in mijn leidingen
het is wachten nu of er wat komt

 

Samen met Deventer artiesten Robin Bleeker, Ischa den Blanken, Sam van Middendorp, Vera Bon en presentator Twan Sallaerts maakten we voor het Eindeloos Festival een avondvullend programma over de zeven hoofdzonden om het jaar af te sluiten. Vers en vuig heette het, en bovenstaand gedicht was natuurlijk de hoofdzonde ledigheid.


vooruitblik

is het Muggeplein over driehonderd jaar
een kadastrale nagedachte
in het lange geheugen van de stad
of wonen er dan nog mensen daar
en zullen er ook auto’s zijn

of leer je alleen nog hoe het was
een computer projecteert
in wat dan doorgaat voor een klas
hoe ongeveer de auto’s zich vleiden
langs de zijden van het plein

juist naar afspraak als de amberbomen
die zo hebben ze later uitgeplozen
door bewoners unaniem waren verkozen
en nauwkeurig tot op de centimeter
in de grond verankerd zijn

als de oude linde er nog maar staat
en met zijn wortels door de eeuwen graaft
laag voor archeologische laag
het verleden en de toekomst bindt

 

Wibo: “Ik werd gevraagd om een gedicht te schrijven bij de opening van het heringerichte Muggeplein. Op zoek naar inspiratie ging ik er kijken op een versneeuwde dag. Het hele plein leek verdwenen, zoals wat het plein ooit geweest was, inmiddels ook verdwenen was. Daardoor vroeg ik me af hoe het Muggeplein over 300 jaar erbij zou liggen.”


#niet.normaal.doen

Voor een helaas niet doorgegaan optreden in het kader van het Brechtfestival hier in Deventer maakte ik een stiftgedicht van Mark Ruttes ‘brief aan alle Nederlanders’. Bertolt Brecht was een notoire dwarsdenker en zou het vast ook niet gewaardeerd hebben om ineens ingelijfd te worden bij de stille meerderheid aan normale mensen. Als je ook niet normaal wilt zijn, kun je het gedicht downloaden;-) nietnormaaldoen-def


huidige geesten

wat houden we van spookverhalen
van Dickensiaans rammelen aan ketens
we bekijken onze eigen levens en
even worden we onszelf bewust

doe dat maar
kijk eens hoe breed je het hebt
hoe goed
of niet

er waren spoken door onze straten
die we hardnekkig over het hoofd zien
spoken van armoede van honger
onzichtbaar als wie ze komen bezoeken

wie je mist in winkels
hel verlichte kroegen
wie ziek zijn bij uitstapjes
je op feestjes niet ziet
onzichtbaar als de spoken
door wie ze bezocht worden

kijk maar eens goed
of je spoken ziet
zo niet
dan ben je rijker dan je denkt

Wibo: “Ik mocht als stadsdichter deze zomer een keer kijken bij de voedselbank Deventer, een organisatie die geweldig werk verricht voor meer dan 500 Deventenaren! Het is schrijnend dat gemeente en provincie veel geld steken in een Dickensfeest, terwijl de voedselbank geen structurele subsidie ontvangt omdat volgens de politiek armoede in Nederland niet bestaat. Op https://deventer.voedselbankennederland.nl kun je meer lezen over de voedselbank, en hoe je kunt helpen.”

Deventer fotograaf Pieter Leeflang en ik brengen voor de Deventer Post samen in woord en beeld wat ons zoal opvalt in het straatbeeld.


een reservering voor iedereen, graag

wat is nou een stad
een strooigoed aan gebouwen
huishoudboek vol afspraken
weinig meer dan dat

en mensen komen
nestelen tussen de regels
ademen de straten wakker
ze brengen leven

steken handen uit
en brengen halen helpen
maken dat de stad meer is
dan ze voorheen was

geen zwart-wit gegeven
maar een kleurrijke dis
waaraan voor iedereen
een plaats is gereserveerd

geschreven voor de vrijwilligersavond van de gemeente Deventer, 23 november 2017


De winter komt

kleine winkels lijken
grote oude landdieren die
interen op hun reserves
in een koude winter

er zijn maar zoveel vette jaren
zoveel klanten zoveel dagen
uiteindelijk raakt alles op

de wijsten wachten het eind niet af
verdwijnen als voetsporen in sneeuw
op een zonnige winterdag

De winter komt voor deze kleine zelfstandige
Wibo: “ik werd tijdens een wandeling door de stad getroffen door het bordje in de etalage van Theihzen mode, vond het heel omineus klinken. Ik begon aan een heel somber gedicht erover, maar uiteindelijk bleek de situatie helemaal niet zo somber; eigenaresse Hens vertelde me dat zij en haar man de tijd gaan benutten om te genieten van het leven.”

Deventer fotograaf Pieter Leeflang en ik brengen voor de Deventer Post samen in woord en beeld wat ons zoal opvalt in het straatbeeld. 


open huis

open huis

ik zou zo graag eens mopperen
met al die boze mensen
mijn land zien door de ogen
van wie al het ergste zag
maar ook me zorgen maken
met wie geen oplossing heeft
‘nietes’ zeggen tegen de betweters

ik zou graag zwijgen
met wie tevreden is en
huilen met wie verloor
misschien ben ik wel klaar
om het geluk af te kijken
of te wachten bij wie
alleen de tijd nog rest

ik zou zo graag
de afstand kleiner maken
van onbekenden bekenden
het liefst was ik een huis
met alle deuren open
en als ik dan kies om dat te doen
zie ik dat ze dat altijd al waren
dat ik dat soms in een oogopslag al wist


Gedicht ter gelegenheid van het Gemeene Festival, de 9e Geert Groote dag. Op deze dag wordt door middel van optredens en dialoog gezocht naar de betekenis van het gedachtegoed van Geert Groote in de huidige tijd.


Persoonlijke aanbieding

de etalages bruisen van leven
van ongekende mogelijkheden
wie je zijn kunt vangt je blikken
danst voor je ogen met wat je hebben kunt
als je maar inkoopt meedoet aan deze
polonaise van boodschappentassen

het is feest de deuren open
voor jou zijn de lichten altijd aan
lakeien nijver als bijen
brengen prevelend ambrozijn
aanbieding voordeel exclusief
want slechts jij bent uitverkoren

thuis heupwiegen etalagepoppen
zachtjes achter gesloten ogen na
tassen hangen zoutzakkig op de bank
nog steeds hardnekkig onontkoombaar jij
wie je had zullen zijn bleef achter
bevroren in een winkelruit

 

Ik schreef dit gedicht ter ere van Deventer levende etalages, een dag waarop je kunst vindt in de etalages in plaats van commercie. Het zou vaker zo mogen zijn.


Kerk bij nacht

kerk bij nacht

vannacht gelach van uitgaansjeugd
de glasbak rinkelt over straat
en niemand die me ziet

ik ben een monoliet
een blinde muur waartegen
men soms piest

ik ben onzichtbaar in al mijn pracht
mijn bogen en mijn glas
zijn vanzelfsprekendheden

het verleden dat geduldig wacht
op zondagsdienst en soms
een zoenend stel dat
warmte aan mijn oude stenen leent

 

Op uitnodiging van Bureau Vondst namen een aantal singer-songwriters, een street artist en ik deel aan een nachtwake in de Lebuïnuskerk. Tijdens de nachtwake lieten wij ons inspireren door de ervaring en de omgeving, de resultaten ervan werden een week later gepresenteerd tijdens een concert.


Koninkrijk op de Groei

een koninkrijk op de groei

langs ons huis komen en gaan de treinen
levenslijnen in de handpalm van een reus

IJsselopwaarts lopen pelgrims fietspadasfalt
vind je Jacobsschelpen slechts gebroken in het zand

waar mijn dochter bergen bouwt
de stad van haar maakt straat voor straat

Turkse bruiloften horten toeterend
langs de woestijnroependen in het park

smelten met de schapen op de Worp
en de boten op het IJsselwater

tot haar verhaal

ik zal met haar lopen haar alles tonen
de tover van deze plaats uit de stenen slaan

zo wacht de stad de schone taak
haar koninkrijk te zijn