Wibo Kosters


Astronaut

ik ben een ruimtestation
waarin een astronaut
door het luchtledige drijft
de lucht is ijl
en ergens op de intercom
zingt een meertalig engelenkoor
oh antwoord dan
kom antwoord toch
de astronaut drijft onverstoorbaar door
langzaam maken we banen
om de aarde
mijn astronaut en ik
ik stoot alle modules af en wacht
op wat hij wil
het blijft stil als de ruimte
de grote leegte om ons heen

ik wilde
zegt de astronaut uit het niets
dat ik wat verlangde
zoals ik weet dat ik ooit verlangde
zijn woorden drijven in mij rond
ik tik instemmend in mijn leidingen
het is wachten nu of er wat komt

 

Samen met Deventer artiesten Robin Bleeker, Ischa den Blanken, Sam van Middendorp, Vera Bon en presentator Twan Sallaerts maakten we voor het Eindeloos Festival een avondvullend programma over de zeven hoofdzonden om het jaar af te sluiten. Vers en vuig heette het, en bovenstaand gedicht was natuurlijk de hoofdzonde ledigheid.


vooruitblik

is het Muggeplein over driehonderd jaar
een kadastrale nagedachte
in het lange geheugen van de stad
of wonen er dan nog mensen daar
en zullen er ook auto’s zijn

of leer je alleen nog hoe het was
een computer projecteert
in wat dan doorgaat voor een klas
hoe ongeveer de auto’s zich vleiden
langs de zijden van het plein

juist naar afspraak als de amberbomen
die zo hebben ze later uitgeplozen
door bewoners unaniem waren verkozen
en nauwkeurig tot op de centimeter
in de grond verankerd zijn

als de oude linde er nog maar staat
en met zijn wortels door de eeuwen graaft
laag voor archeologische laag
het verleden en de toekomst bindt

 

Wibo: “Ik werd gevraagd om een gedicht te schrijven bij de opening van het heringerichte Muggeplein. Op zoek naar inspiratie ging ik er kijken op een versneeuwde dag. Het hele plein leek verdwenen, zoals wat het plein ooit geweest was, inmiddels ook verdwenen was. Daardoor vroeg ik me af hoe het Muggeplein over 300 jaar erbij zou liggen.”


#niet.normaal.doen

Voor een helaas niet doorgegaan optreden in het kader van het Brechtfestival hier in Deventer maakte ik een stiftgedicht van Mark Ruttes ‘brief aan alle Nederlanders’. Bertolt Brecht was een notoire dwarsdenker en zou het vast ook niet gewaardeerd hebben om ineens ingelijfd te worden bij de stille meerderheid aan normale mensen. Als je ook niet normaal wilt zijn, kun je het gedicht downloaden;-) nietnormaaldoen-def


huidige geesten

wat houden we van spookverhalen
van Dickensiaans rammelen aan ketens
we bekijken onze eigen levens en
even worden we onszelf bewust

doe dat maar
kijk eens hoe breed je het hebt
hoe goed
of niet

er waren spoken door onze straten
die we hardnekkig over het hoofd zien
spoken van armoede van honger
onzichtbaar als wie ze komen bezoeken

wie je mist in winkels
hel verlichte kroegen
wie ziek zijn bij uitstapjes
je op feestjes niet ziet
onzichtbaar als de spoken
door wie ze bezocht worden

kijk maar eens goed
of je spoken ziet
zo niet
dan ben je rijker dan je denkt

Wibo: “Ik mocht als stadsdichter deze zomer een keer kijken bij de voedselbank Deventer, een organisatie die geweldig werk verricht voor meer dan 500 Deventenaren! Het is schrijnend dat gemeente en provincie veel geld steken in een Dickensfeest, terwijl de voedselbank geen structurele subsidie ontvangt omdat volgens de politiek armoede in Nederland niet bestaat. Op https://deventer.voedselbankennederland.nl kun je meer lezen over de voedselbank, en hoe je kunt helpen.”

Deventer fotograaf Pieter Leeflang en ik brengen voor de Deventer Post samen in woord en beeld wat ons zoal opvalt in het straatbeeld.


een reservering voor iedereen, graag

wat is nou een stad
een strooigoed aan gebouwen
huishoudboek vol afspraken
weinig meer dan dat

en mensen komen
nestelen tussen de regels
ademen de straten wakker
ze brengen leven

steken handen uit
en brengen halen helpen
maken dat de stad meer is
dan ze voorheen was

geen zwart-wit gegeven
maar een kleurrijke dis
waaraan voor iedereen
een plaats is gereserveerd

geschreven voor de vrijwilligersavond van de gemeente Deventer, 23 november 2017


De winter komt

kleine winkels lijken
grote oude landdieren die
interen op hun reserves
in een koude winter

er zijn maar zoveel vette jaren
zoveel klanten zoveel dagen
uiteindelijk raakt alles op

de wijsten wachten het eind niet af
verdwijnen als voetsporen in sneeuw
op een zonnige winterdag

De winter komt voor deze kleine zelfstandige
Wibo: “ik werd tijdens een wandeling door de stad getroffen door het bordje in de etalage van Theihzen mode, vond het heel omineus klinken. Ik begon aan een heel somber gedicht erover, maar uiteindelijk bleek de situatie helemaal niet zo somber; eigenaresse Hens vertelde me dat zij en haar man de tijd gaan benutten om te genieten van het leven.”

Deventer fotograaf Pieter Leeflang en ik brengen voor de Deventer Post samen in woord en beeld wat ons zoal opvalt in het straatbeeld. 


open huis

open huis

ik zou zo graag eens mopperen
met al die boze mensen
mijn land zien door de ogen
van wie al het ergste zag
maar ook me zorgen maken
met wie geen oplossing heeft
‘nietes’ zeggen tegen de betweters

ik zou graag zwijgen
met wie tevreden is en
huilen met wie verloor
misschien ben ik wel klaar
om het geluk af te kijken
of te wachten bij wie
alleen de tijd nog rest

ik zou zo graag
de afstand kleiner maken
van onbekenden bekenden
het liefst was ik een huis
met alle deuren open
en als ik dan kies om dat te doen
zie ik dat ze dat altijd al waren
dat ik dat soms in een oogopslag al wist


Gedicht ter gelegenheid van het Gemeene Festival, de 9e Geert Groote dag. Op deze dag wordt door middel van optredens en dialoog gezocht naar de betekenis van het gedachtegoed van Geert Groote in de huidige tijd.


Persoonlijke aanbieding

de etalages bruisen van leven
van ongekende mogelijkheden
wie je zijn kunt vangt je blikken
danst voor je ogen met wat je hebben kunt
als je maar inkoopt meedoet aan deze
polonaise van boodschappentassen

het is feest de deuren open
voor jou zijn de lichten altijd aan
lakeien nijver als bijen
brengen prevelend ambrozijn
aanbieding voordeel exclusief
want slechts jij bent uitverkoren

thuis heupwiegen etalagepoppen
zachtjes achter gesloten ogen na
tassen hangen zoutzakkig op de bank
nog steeds hardnekkig onontkoombaar jij
wie je had zullen zijn bleef achter
bevroren in een winkelruit

 

Ik schreef dit gedicht ter ere van Deventer levende etalages, een dag waarop je kunst vindt in de etalages in plaats van commercie. Het zou vaker zo mogen zijn.


Kerk bij nacht

kerk bij nacht

vannacht gelach van uitgaansjeugd
de glasbak rinkelt over straat
en niemand die me ziet

ik ben een monoliet
een blinde muur waartegen
men soms piest

ik ben onzichtbaar in al mijn pracht
mijn bogen en mijn glas
zijn vanzelfsprekendheden

het verleden dat geduldig wacht
op zondagsdienst en soms
een zoenend stel dat
warmte aan mijn oude stenen leent

 

Op uitnodiging van Bureau Vondst namen een aantal singer-songwriters, een street artist en ik deel aan een nachtwake in de Lebuïnuskerk. Tijdens de nachtwake lieten wij ons inspireren door de ervaring en de omgeving, de resultaten ervan werden een week later gepresenteerd tijdens een concert.


Koninkrijk op de Groei

een koninkrijk op de groei

langs ons huis komen en gaan de treinen
levenslijnen in de handpalm van een reus

IJsselopwaarts lopen pelgrims fietspadasfalt
vind je Jacobsschelpen slechts gebroken in het zand

waar mijn dochter bergen bouwt
de stad van haar maakt straat voor straat

Turkse bruiloften horten toeterend
langs de woestijnroependen in het park

smelten met de schapen op de Worp
en de boten op het IJsselwater

tot haar verhaal

ik zal met haar lopen haar alles tonen
de tover van deze plaats uit de stenen slaan

zo wacht de stad de schone taak
haar koninkrijk te zijn